Over Homeopathie

Inleiding
Geschiedenis van de homeopathie
Homeopathie en allopathie
Homeopathie en fytotherapie

  Het Similia-principe
Potentiëren
De werkwijze van een homeopathisch dierenarts 
Het gebruik van homeopathische geneesmiddelen 

Homeopathie en allopathie

Allopathie is de term die gebruikt wordt om de reguliere geneeskunde aan te duiden, zoals studenten die nu op de universiteit leren. De (dieren)arts geeft een middel dat de klacht van de zieke tegengaat of onderdrukt. Bij koorts geeft hij bijvoorbeeld een koortsremmend middel. De voordelen van allopathische geneesmiddelen zijn dat het middel meestal snel begint te werken en snel resultaat geeft. Voorbeelden daarvan zijn: pijnstillers, antibiotica of een operatie.

Toch zijn er ook nadelen aan deze middelen: de ziekteverschijnselen worden vaak onderdrukt waardoor het ziekteproces als het ware wordt verhuld. Wanneer er dan gestopt wordt met de geneesmiddelen kunnen de ziekteverschijnselen terugkeren. Ook komt het wel voor dat een verschijnsel onderdrukt wordt, maar dat er dan een ander ziekteverschijnsel ontstaat. De patiënt krijgt bijvoorbeeld eerst eczeem en na behandeling van het eczeem ontstaan astmatische klachten. Dat komt omdat de eczeem wel weg is, maar de veroorzaker van de ziekte nog steeds in het lichaam aanwezig is. Die zoekt dan een andere uitweg uit het lichaam.
Een ander nadeel van allopatische geneesmiddelen is dat sommige ervan ernstige bijwerkingen hebben.

Het grootste verschil tussen allopathie en homeopathie is, dat bij allopathie (de reguliere diergeneeskunde) vooral naar de ziekte wordt gekeken. Het orgaan (bijvoorbeeld de lever) of de cellen (bijvoorbeeld bij tumoren) die ziek zijn, staan centraal. Naar andere delen of eigenschappen van het zieke dier kijkt de arts niet. Voor de diagnose zoekt de dierenarts naar een afwijking in het lichaam die hij kan vaststellen. Door bijvoorbeeld bloedonderzoek te doen ontdekt de arts een zieke lever, die hij dan verder behandelt. De medicijnen zijn dan alleen bedoeld voor het bestrijden van de ziekte aan de lever, niet voor het gezond maken van het gehele dier.
De homeopathie gaat ervan uit dat alle symptomen van het zieke dier samenhang hebben. Dus een huidontsteking heeft ook te maken met andere eigenschappen van de zieke, het gehele dier is belangrijk. Lichaam en geest horen bij elkaar en worden samen behandeld. Dus behalve naar de zieke lever kijkt de homeopaat ook naar andere klachten of eigenschappen van het dier en hiermee houdt hij rekening tijdens de behandeling. Het gehele dier staat centraal in plaats van alleen het zieke deel.

Een zeer belangrijke term in de homeopathie is het begrip 'levenskracht'. Met levenskracht wordt bedoeld: het zelfherstellend vermogen van het lichaam. Denk aan het vermogen van het lichaam om bijvoorbeeld een wondje zelf weer te genezen. Deze levenskracht houdt het gezonde dier in evenwicht. Bij een ziek dier zijn het evenwicht en de levenskracht verstoord. De ziekteverschijnselen zijn een uiting van de verstoorde levenskracht.

Doel van de homeopathie is deze levenskracht te stimuleren zodat het lichaam wordt aangezet tot zelfgenezing.