Over Homeopathie
Potentiëren
Tachtig procent van de homeopathische geneesmiddelen wordt van plantaardige stoffen gemaakt, zoals Arnica montana (valkruid) of Calendula officinalis (goudsbloem). Verder worden ook dierlijke stoffen gebruikt, zoals Apis mellifica (honingbij) en mineralen, zoals Sulfur (zwavel).
De oorspronkelijke stof die gezonde mensen innemen bij de geneesmiddelproef is de basis voor het homeopathische geneesmiddel. Deze stof wordt verhakseld en moet dan gemiddeld twee weken 'trekken' (macereren) in alcohol. Dan ontstaat na filtering een geconcentreerde vloeistof, die oertinctuur wordt genoemd. Op het flesje staat dit aangegeven met het teken Ø.
Deze oertinctuur wordt vervolgens in stappen verdund. In Nederland wordt meestal steeds één op tien verdund, dat wil zeggen dat er één deel oertinctuur van het middel met negen delen van een alcoholoplossing wordt verdund. Tijdens het verdunnen worden de flesjes krachtig geschud. Dit proces heet potentiëren.
Het stapsgewijs verdunnen en schudden is heel belangrijk, omdat het geneesmiddel dan beter werkt. Het geneesmiddel werkt dan ongeveer als een vaccinatie; door slechts een heel kleine hoeveelheid van een ziekteverwekkende stof in het lichaam in te brengen, gaat het lichaam afweerstoffen aanmaken tegen deze ziekte. Zo'n verdunning van een oertinctuur wordt een potentie genoemd. Deze staat op de verpakking van het geneesmiddel genoemd, bijvoorbeeld 'D6' of 'D30'. Naarmate de homeopathische stof meer gepotentieerd wordt, heeft deze een sterkere werking en wordt het getal achter de 'D' hoger. Daarom zullen zelfmedicatiemiddelen ook geen hoge verdunning hebben, omdat deze een te sterke invloed op het lichaam kunnen uitoefenen.