Hormonen en voortplanting van de hond

Geslachtshormonen spelen een cruciale rol bij de ontwikkeling van een pup tot een volwassen teef of reu. Net als de mens heeft een hond te maken met schommelingen in hormonen en is de pubertijd ook voor de hond niet de meest gemakkelijke periode, waarbij hij of zij best wat ondersteuning kan gebruiken. Bij de teef beïnvloedt loopsheid, dracht en schijnzwangerschap ook het welbevinden van de hond en bij de reu kan een overmatige geslachtsdrift door hormonen, zeker als er loopse teven in de buurt zijn, leiden tot ongewenst (rij)gedrag.

Hormonen en voortplanting van de hond 

De hormonale cyclus van de teef 

Net als bij de menstruele cyclus van de vrouw kent de loopsheid van de hond ook een cyclus. De loopsheid is de vruchtbare periode van de vrouwelijke hond of teef. Het lichaam van de teef ondergaat net als bij een vrouw in haar leven een aantal keren een verandering. Om je vrouwelijke hond goed te begrijpen is het van belang dat een baasje hiervan op de hoogte is. 

Loopsheid 

Een vrouwelijke hond wordt voor het eerst loops als ze tussen de 6 en 12 maanden oud is. De loopsheid heeft een duur van 21 dagen en bestaat uit drie fasen. Een teef wordt twee tot drie keer per jaar loops. Het tijdstip van de eerste loopsheid is rasgebonden: over het algemeen worden kleinere rassen eerder voor het eerst loops dan de grotere rassen. De loopsheid bestaat uit vier fasen: 

Fase 1 van de loopsheid van een hond: pre-oestrus 

Deze fase van de loopsheid heet de pro-oestrusfase. Deze periode is te herkennen aan een opzwellen van de vulva en het optreden van bloedingen of uitvloeiingen. Ook het gedrag van de teef zie je veranderen: ze kan heel lief en aanhankelijk worden, veel contact zoeken met het baasje of juist heel chagrijnig en knorrig worden. Hoewel de teef zeer aantrekkelijk is voor reuen, laat ze deze echter in deze periode nog niet toe. Ook zie je vaak veranderingen in het eetpatroon: of de hond krijgt juist erg veel honger of eet juist helemaal niet. De pre-oestrusfase duurt 7-10 dagen. 

Fase 2 van de loopsheid van een hond: oestrus 

De tweede fase van de loopsheid heet de oestrus fase. In deze fase is de teef dekrijp, oftewel bereid tot voortplanting. Tijdens de oestrus worden de eicellen klaargemaakt voor bevruchting en vindt de eisprong plaats. De zwelling van de vulva neemt weer wat af en ook het bloedverlies in deze periode is minder heftig. Daarbij verandert de kleur van het bloed van rood naar roze. De vulva wordt daarbij zachter en bereidt zich voor op penetratie door de reu. Het gedrag van de teef zie je veranderen: ze zoekt toenadering tot reuen en begint als het ware een beetje te flirten. De oestrusfase is dus de fase waarin de vrouwelijke hond zwanger kan worden. Deze periode duurt gemiddeld 9 dagen. 

Fase 3 van de loopsheid van de hond: metoestrus 

Als de teef tijdens de oestrus niet bevrucht is en dus niet zwanger is geworden, volgt er een volgende fase in de loopsheid: dit heet de metoestrus. Je merkt dat deze fase begonnen is als de teef te de reu niet meer toelaat. In deze fase neemt de zwelling van de vulva af en is er geen bloeding of uitvloeiing meer. Hierna volgt een periode van seksuele inactiviteit van de teef. Ze is niet bereid tot voortplanting. 

Fase 4 van de loopsheid van de hond: anoestrus.  

De anoestrus is de rustperiode voor de teef waarbij er geen seksuele activiteit is. Deze duurt gemiddeld 4 maanden, waarna de teef opnieuw loops wordt en de cyclus opnieuw start. De anoestrus kan ook veel langer duren tot wel 7 maanden. Een vrouwelijke hond is gemiddeld 2 keer in het jaar loops. 

 

Dracht of zwangerschap van de teef 

Het volgende onderdeel van de voortplanting is logischerwijs de zwangerschap van de hond. De gemiddelde duur van de dracht of de zwangerschap van de vrouwelijke hond is 63 dagen. Hier zit variatie in met uitschieters naar boven en beneden van 57 tot 72 dagen. Hoe meer pups er in ontwikkeling zijn hoe korter de duur van de dracht. 

Aan het gedrag van de zwangere hond is in de eerste weken weinig te merken. Wel kan er soms wat minder eetlust zijn en kan ze in week 4 heldere slijmerige vaginale uitvloei hebben. Dit is volkomen normaal. In de eerste vier weken van de dracht groeien de embryo’s nog maar weinig, maar vanaf de tweede maand van de dracht neemt de groei van de embryo’s enorm toe. Dit vraagt veel energie van de aanstaande moeder, die vanaf deze periode gerust wat extra voeding kan gebruiken. Dat mag tot anderhalf keer de normale hoeveelheid. Supplementen zijn hierbij een goede aanvulling op de voeding. 

Na 6 weken is de dracht duidelijk zichtbaar bij de zwangere teef. Ook zie je dat de tepels groter zijn geworden. Een week voor de bevalling kan er al melk uit de tepels komen omdat dan de melkproductie op gang is gekomen door de hormonen. Vaak is het goed om rond de 30 dagen dracht een echo te maken om zeker te weten of een teef zwanger is. Er kan namelijk ook sprake zijn van schijnzwangerschap. 

In het gedrag zie je dat door stijging van de progesteronspiegel in het bloed veel zwangere teven zich gaan terugtrekken, snauwerig worden, minder goed eten en minder graag naar buiten willen. Andere teven worden juist weer heel aanhankelijk of pieperig tijdens de zwangerschap. Net als mensen, reageren individuele honden anders op de verandering in hormonen. 

Druppels met extracten van Agnus castus (monnikspeper), Echinacea purpurea (Rode zonnehoed), Cimicifuga racemosa (Troszilverkaars) en Alchemilla vulgaris (Vrouwenmantel) helpen de baarmoeder na de bevalling samen te trekken en op te schonen, maar ondersteunen ook de bevalling zelf.  

 

Schijnzwangerschap bij de hond 

Honden stammen af van de wolf. In een wolvenroedel krijgt alleen de alphateef nesten pups. De rest van de wolvinnen blijft onbevrucht. Voor het voortbestaan van de roedel is het van groot belang is dat deze pups niets overkomt én dat de alphateef snel weer hersteld is van de dracht en de worp, zodat ze weer snel de roedel kan leiden. Dit is hoe de voortplanting van wolven in zijn werking gaat. 

De natuur heeft het zo geregeld dat de andere wolvinnen in de roedel in staat zijn om de wolvenpups te voeden: ze vertonen alle fysieke kenmerken van een zogende teef en kunnen melk geven aan de pups van de alphateef alsof het hun eigen pups zijn. Zee nemen de taak van de moeder over. Dit verschijnsel noem je schijnzwangerschap. 

Bij onze gedomesticeerde hond werkt dit nog steeds hetzelfde, ook al is de noodzaak zoals die bestond in de wolvenroedel niet meer aanwezig. Dat betekent dat onze honden schijnzwanger kunnen zijn: ze vertonen alle tekenen van zwangerschap inclusief de melkproductie, maar zijn het dus niet. Ook gedragen ze zich als een zwangere teef. Sommige schijnzwangere teven gaan op zoek naar surrogaatpups en slepen alles wat daar voor door kan gaan – sokken, speeltjes - naar hun ‘nest’. 

Als een teef veel last heeft van haar schijnzwangerschap(pen) kan sterilisatie een oplossing zijn. Veel afleiding en schraal voeren helpt de teef ook sneller door de schijnzwangerschap heen. Regulier geven dierenartsen wel prolactineremmers in om de melkproductie tegen te gaan. Deze geven bijwerkingen in de vorm van sloomheid, kramp en/of misselijkheid.  

Druppels met extracten van Echte salie (Salvia officinalis),  Haver (Avena sativa) en een verdund extract van Duivelsdrek (Asa foetida) hebben een regulerende uitwerking op de hormonen en de hormoonhuishouding van de teef en gaan de tekenen van schijnzwangerschap tegen. Deze combinatie kan worden ingezet vanaf de laatste dag van de loopsheid, tot het moment dat de schijnzwangerschap normaliter weer zou verdwijnen. 

 

Pubertijd bij de hond 

De pubertijd van de hond waarin hij of zij seksueel volwassen wordt en zich klaarmaakt voor voortplanting is ook voor een hond een turbulente periode. Er vindt een toename plaats van de geslachtshormonen. Door deze hormonen zal het gedrag veranderen: de hond zal minder goed luisteren en zijn of haar eigen keuzes willen maken en grenzen opzoeken. 

Bij kleine rassen begint de pubertijd eerder dan bij grotere rassen en teven zijn weer eerder dan reuen. De teef krijgt gemiddeld als ze 8 maanden oud is haar eerste loopsheid, maar ook voor reuen geldt dat zijn gedrag door een sterke toename van de geslachtshormonen in de pubertijd (tijdelijk) flink kan veranderen. De geslachtsdrift neemt toe met de hormonen en doordat het gehalte testosteron toeneemt kan de reu ineens moeite hebben met andere reuen en wordt hij waakser en alerter. Ook is dit de periode dat het zogenaamde rijgedrag of ander ongewenst gedrag als slopen van spullen kan ontstaan. 

Als de pubertijd voorbij is en de hond volwassen is zal zijn of haar gedrag weer normaliseren door een stabilisering van hormonen. 

Geslachtsdrift en hyperseksueel gedrag van de reu 

Zoals hierboven beschreven neemt de geslachtsdrift van de reu tijdens de pubertijd enorm toe, door de toename in hormonen. Dit kan leiden tot overmatig rijgedrag, prikkelbaarheid, in huis plassen (sproeien) en grote onrust. Fysiek zie je soms dat er bij de penis etterige afscheiding uit de voorhuid verschijnt en is er soms sprake van kleine prostaatbloedinkjes. 

Druppels met extracten van Humulus lupulus (hop), Carduus marianus (Mariadistel), Agnus castus (monnikspeper) en Origanum majorana (Echte marjolein) ondersteunen bij een hinderlijke geslachtsdrift bij de reu. Voor het schoonhouden van de voorhuid in deze fase kan een shampoo met medicinale honing of water met druppels met echinacea worden gebruikt. 

Sterilisatie en castratie 

Sterilisatie en castratie zijn methoden om de effecten van geslachtshormonen van de teef en reu te beïnvloeden. Hier kleven voor- en nadelen aan en de meningen over wel of niet kiezen voor deze ver strekkende ingrepen bij de hond zijn zowel bij hondenprofessionals als bij diereigenaren verdeeld. 

 

 

 

Deel deze pagina:


Bezorgd over uw privacy?