Het gedrag van een paard

Het gedrag van een paard wordt bepaald door haar oorsprong: het paard is van oudsher zowel een prooidier als een kuddedier. Paarden leven in een groep met andere paarden en hebben een groepsleider. Een paard dat alleen staat kwijnt weg en is onzeker. Als prooidier heeft een paard minimaal één maatje nodig om samen alert te zijn op gevaar. Een paard alleen kan allerlei gedragsproblemen krijgen. Elk paard heeft een maatje nodig dat dag en nacht om hem heen is. Die rol kan de eigenaar of verzorger niet invullen.

Paarden hebben het liefst soortgenoten om zich heen met een voorkeur voor paarden van eenzelfde ras. Voor sommige paardeneigenaren is dat niet haalbaar en dan wordt er gekozen voor een schaap of geit als maatje. Dat is beter dan niets. Maar het paard komt dan echter zeker te kort als het gaat om bijvoorbeeld het poetsen van elkaar. Dit heeft invloed op het gedrag van het paard.

Paarden hebben een hiërarchie binnen de groep. Dat zie je terug in het gedrag en in de manier van communiceren met elkaar. Omdat paarden van nature prooidier zijn, letten ze heel goed op hun omgeving en kunnen ze schrikkerig reageren.

Het gedrag van het wilde paard was dat het het grootste gedeelte van de dag en nacht bezig was met bewegen en eten. Dit is nog steeds het natuurlijke gedrag van het huidige gedomesticeerde paard.

Als paarden niet in de gelegenheid worden gesteld om tijd in gezelschap van soortgenoten door te brengen of om onvoldoende te kunnen bewegen en foerageren kan dit leiden tot stress met ongewenst gedrag. Soms resulteert dit in stalondeugden als kribbebijten, luchtzuigen of weven.

Basisbehoeften van het paard:

  • Eten De hele dag door grazen (minimaal 16 uur) van kleine hoeveelheden ruwvoer
  • Bewegen Voldoende beweging is meer dan één uur per dag uit de stal
  • Soortgenoten Andere paarden in de directe –tastbare- omgeving
  • Schoon drinkwater Altijd binnen bereik

Stereotiep gedrag van het paard:

Stalondeugden: Het komt helaas veel te vaak voor: 2 op de 10 paarden hebben gedragsproblemen als kribbebijten luchtzuigen of weven. Ander stereotiep probleemgedrag is boxlopen, likken, onderlip flapperen, beschadigend gedrag of staart eten.

Oorzaak van dit ongewenste gedrag van een paard kan een tekort aan voeding zijn of voeding dat te weinig verspreid over de dag en een gedeelte van de nacht (16 uur!) gegeven wordt. Het paard staat dan te lang zonder voer. Bij een tekort aan goed ruwvoer in de vorm van hooi of gras wordt er onvoldoende speeksel aangemaakt om het voer goed te kunnen verteren.

Ook gebrekkige huisvesting kan de boosdoener zijn van problematisch gedrag van een paard. Stallen waar een paard geen contact heeft met soortgenoten doordat er ijzeren hekwerken en muren omheen staan of waar paarden moederziel alleen staan, hebben een negatieve invloed op het gedrag van een paard.

Stalondeugden ontwikkelen zich vaak al vroeg in de ontwikkeling (tussen de zes en achttien maanden) van een paard. 

Paarden die gedrag vertonen als luchtzuigen en kribbebijten hebben vaak last van hun maag (gehad). De zuurgraad van de maag wordt door eten, grazen op niveau gehouden. Door het niet voldoende kunnen foerageren, kan de speekselproductie te kort schieten en de zuurgraad te laag worden. Hierdoor kunnen maagzweren ontstaan.

Niet te hanteren tijdens hengstigheid: kijk bij hormonen

Stress in de vorm van angst, agressie, onzekerheid en onrust
Oorzaken voor stress bij een paard:

  • Geen lichamelijk contact met andere paarden
  • Tekort aan ruwvoer
  • Onvoldoende vertrouwensband met eigenaar
  • Stress van eigenaar
  • Pijn aan gebit, maag, hoeven, rug
  • Prestatiedwang, overvraagd worden
  • Te jong inrijden
  • Behandeling door hoefsmid of dierenarts
  • Onduidelijke hulpen en onervaren rijgedrag
  • Vervoer, weg van vertrouwde omgeving
  • Verveling
  • Te jong spenen
  • Wisselende kuddes
  • Te donkere of te kleine huisvesting
  • Te weinig beweging
  • Verlies van een maatje
  • Slechte sfeer op stal of niet naast het juiste maatje
  • Te weinig rust

Voorkomen is beter dan genezen!

Om het gedrag van een paard gunstig te beïnvloeden moet je zorgen dat minimaal aan de basisbehoeften van een paard wordt voldaan. Voor een beter begrip van het gedrag van uw paard is het handig om kennis te nemen van de indeling in paardentypes volgens de Chinese Geneeskunde, met de indeling in de types hout, vuur, water, aarde en metaal. Lees hiervoor het boek van dierenarts Eric Laarakker van holistische praktijk voor dieren Den Hoek.

Kruiden en ingrediënten bij stress:

Echte kamille wordt toegepast bij stress, innerlijke verkramping, grote vermoeidheid, gebrek aan levenskracht en spanning. Hop werkt pijnstillend en ontspannend. Grote engelwortel, pepermuntblad en magnesium werken ook rustgevend.

Uit de homeopathie:

  • Arnica montana (Valkruid) helpt bij shock en oververmoeidheid
  • Carbo vegetabilis (Houtskool) wordt als verdunning ingezet bij angst
  • Crocus sativus (Saffraanbloesem) werkt rustgevend en kramp oplossend en verhoogt het concentratievermogen
  • Dulcamara (Bitterzoet) bij vegetatieve nervositeit. Vermindert spierspanning
  • Hypericum perforatum (Sint-Janskruid) werkt kalmerend en rustgevend en zorgt voor ontspanning
  • Lycopodium clavatum (Grote wolfsklauw) wordt ingezet bij emotionele respiratoire verkramping
  • Passiflora incarnata (Vleeskleurige passiebloem) werkt kalmerend
  • Natrium muriaticum een verdunning wordt ingezet bij verdriet en teleurstelling
  • Tilia tomentosa (Zilverlinde) bij stress en nervositeit

Therapie bij stress van het paard:

Homeopathie, fytotherapie, Bach bloesems, Magnesiumcitraat, Kruiden, T-touch hebben allemaal gunstige effecten op een meer ontspannen gedrag bij paarden.

TIPS EN WEETJES

Let op wat je voert!

Pas het voer aan van een nerveus paard als je het gedrag wil beïnvloeden. Voer geen haver, want dat heeft een ‘heetmakend’ effect. Haver levert zogenaamde snelle energie, dit kan bepaalde hormoonspiegels laten stijgen, waardoor een paard extra druk kan worden.

Elkaar poetsen of groomen

Lekker knuffelen - het lijkt een beetje op happen - dat doen paarden met hun vriendjes, maar ook vlak nadat ze ruzie hebben gehad met elkaar. Dat laatste doen ze als het ware om het weer goed te maken. Het gebeurt alleen onderling bij paarden binnen de kudde. En dan met name rond de schoft. Uit onderzoek is gebleken dat dit poetsgedrag rustgevend werkt voor een paard. Als paardenverzorger kan je hier ook aan meedoen: kleine klopjes geven en borstelen kunnen ontspannend en belonend werken

Deel deze pagina:


Bezorgd over uw privacy?